Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik zat in de trein. Het was een lange en zware dag op school geweest en naast mij in de trein zat een mevrouw die schijnbaar vergeten was om bij de DA een busje deodorant te kopen. Iets verderop zaten twee meisjes van een jaar of zestien droevig uit het raam te kijken. Beiden een blik vol ongeloof in hun kristalheldere ogen. Het was duidelijk dat de ramp ook deze twee onschuldige meisjes keihard heeft geraakt.
Het netwerk van de populaire smartphone Blackberry lag eruit en het leek alsof de zon nooit meer zou opkomen. Althans, als je de reacties moest geloven. In heel het land brak er paniek uit. Niets was meer hetzelfde en hele vriendengroepen vielen uit elkaar. Het was die dag iedereen voor zich. Je had ook weinig keus, want wie moest je om hulp pingen?
In de loop van de dag doken er steeds meer verhalen op over de storing. Het zou wel twee weken gaan duren voordat het weer goed zou komen met Blackberry en dus de maatschappij! Relaties werden verbroken (WAT!? GEEN KUSJE!?) en mensen werden compleet vergeten. Het was heerlijk stil.
Ik wil elke week wel zo’n storing. Ik werd even niet om de 10 minuten lastig gevallen door mensen waar je normaal alleen hoi tegen zegt. De mensen die ik wilde spreken, sprak ik toch wel. Want je kan blijkbaar ook gewoon bellen met zo’n Blackberry!
10 oktober 2011 gaat de boeken in als de dag van De Grote Blackberry Ramp. Waar was jij?
[box type="info"] Deze column verscheen eerder in het Drenthe Journaal van 3 november. [/box]
Nou, ik zat op school te balen dat ik geen internet had. En mezelf af te vragen waarom ik geen iPhone heb aangeschaft.